Blog - De bewijslast van (minderjarige) vluchtelingen

Blog - De bewijslast van (minderjarige) vluchtelingenArrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 maart 2019 (ECLI:EU:C:2019:192) over het moeten aantonen van een gezinsband ter uitsluiting van kinderontvoering of mensenhandel.


Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) heeft in dit arrest beslist over de bewijslast van vluchtelingen bij de behandeling van verzoeken met betrekking tot gezinshereniging. De zaak gaat over een minderjarige van Eritrese nationaliteit, die in het kader van gezinshereniging naar Nederland toe wil komen. Aan zijn tante die tevens zijn voogd stelt te zijn, is subsidiaire bescherming verleend.  Het verzoek tot gezinshereniging wordt door de tante van de minderjarige ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

De vrouw stelt dat haar neefje sinds het overlijden van zijn ouders tot aan haar vertrek naar Nederland bij haar in huis woonde. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de vrouw een verklaring van het Eritrees Bevrijdingsfront overgelegd waaruit blijkt dat zij de tante van de minderjarige is en sinds het overlijden van zijn biologische ouders, toen hij vijf jaar was, zijn voogd. Het verzoek om gezinshereniging werd afgewezen omdat er geen officiële bewijsstukken waren overgelegd over het bestaan van familiebanden tussen de vrouw en haar minderjarige neefje, aangezien het enige daartoe overgelegde document de genoemde verklaring was. De Staatssecretaris was van mening dat het noodzakelijk was om het overlijden van de biologische ouders van de minderjarige vast te stellen, om hiermee uit te sluiten dat sprake was van kinderontvoering of zelfs mensenhandel. Uiteindelijk is vastgesteld dat geen enkele plausibele uitleg was gegeven over de onmogelijkheid om officiële bewijsstukken over te leggen. Hierop heeft de IND de aanvraag zonder betrekking van overig bewijsmateriaal of verrichting van nader onderzoek afgewezen.

Aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof (ECLI:NL:RBDHA:2017:13124) vormde het gevoerde beleid van de staatssecretaris om niet-officiële documenten enkel te betrekken bij vaststelling van de gezinsband indien de aanvrager een plausibele verklaring heeft voor het ontbreken van officiële documenten. De soepelere bewijslast voor vluchtelingen zou mogelijk geen werking hebben indien van een vluchteling geëist wordt om een verklaring af te leggen over het hoe en waarom officiële documenten ontbreken. De vraag die daarom rees is hoe art. 11 lid 2 Richtlijn 2003/86/EG moet worden uitgelegd en met name of lidstaten rekening moeten houden met andere bewijsmiddelen wanneer een vluchteling geen plausibele verklaring geeft over het niet kunnen overleggen van officiële stukken.

Het Hof roept om te beginnen ter herinnering dat de genoemde richtlijn het bevorderen van gezinshereniging tot doel heeft en voorts bescherming wil verlenen aan vluchtelingen, met name aan minderjarigen. Vervolgens wordt ingegaan op de samenwerkingsplicht die uit art. 11 lid 2 Richtlijn 2003/86/EG volgt voor de referent, in dit geval de vrouw die een verzoek tot gezinshereniging heeft ingediend ten aanzien van haar neefje. Deze samenwerkingsplicht impliceert onder meer dat de aanvrager alle relevante bewijsstukken verstrekt ter beoordeling van de aangevoerde gezinsband. Wanneer deze niet kunnen worden overlegd, dient hierover uitleg te volgen. Echter geldt op basis van art. 4 lid 5 Kwalificatierichtlijn ook voor autoriteiten de plicht tot samenwerking. Zij moeten namelijk ook met andere elementen rekening houden als de vluchteling heeft geprobeerd om zo veel mogelijk bewijs te overleggen en een kloppend, consistent vluchtverhaal heeft.

Enkel indien de aanvrager de samenwerkingsplicht overduidelijk niet nakomt of indien op basis van objectieve elementen duidelijk blijkt dat het om een frauduleus verzoek gaat, mogen de autoriteiten het verzoek zonder meer afwijzen. Is echter geen sprake van dergelijke omstandigheden, dan moet het ontbreken van officiële bewijsstukken waaruit de gezinsband blijkt en het eventuele gebrek aan plausibiliteit van de gegeven uitleg, worden aangemerkt als elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de aanvraag. De nationale autoriteiten zijn in dit geval dus niet vrijgesteld van de verplichting om rekening te houden met andere bewijzen. Lidstaten mogen – logischerwijs - niet het doel van fraudebestrijding gebruiken om een zware bewijslast te hanteren of om voorbij te gaan aan de belangen van het kind.

Met deze uitspraak is duidelijk geworden dat het Nederlandse beleid niet aansluit bij de beoogde soepelere bewijslast voor vluchtelingen. Vrijwel inherent aan de hoedanigheid van vluchteling is immers dat het voor deze groep lastiger is om alle benodigde officiële stukken te overleggen. Daardoor kan bij het ontbreken van stukken die de gezinsband dienen aan te tonen bij de aanvraag gezinshereniging - in tegenstelling tot de conclusie van de staatssecretaris - niet zonder meer ervan uitgegaan worden dat er sprake is van mensenhandel of kinderontvoering. In dit soort situaties is voor het nemen van een beslissing op de aanvraag nader onderzoek gewenst.

Geplaatst op 9 juli 2019

   /   
Deel dit bericht facebook twitter Google Bookmarks LinkedIn

Onze initiatieven

Website

Mediation bureau

Door middel van crossborder mediation kunnen ouders onder begeleiding van gedragswetenschappelijke en juridische mediators tot een oplossing komen welke het meest recht doet aan hun kind.
Website

LEPCA

Centrum IKO heeft LEPCA -Lawyers in Europe focusing on Parental Child Abduction – ontwikkeld, een Europess netwerk van internationale kinderontvoeringsadvocaten.
Website

116000 Hulplijn vermiste kinderen

De 116000 Hulplijn is een Europees noodnummer dat in 27 Europese landen beschikbaar is voor het melden van vermiste kinderen. Ook kunt u bellen als u een vermist kind hebt gezien of als je zelf bent weggelopen. De 116000 Hulplijn biedt begeleiding aan achterblijvers na een vermissing. Dankzij het sterke Europese netwerk biedt de 116000 Hulplijn extra mogelijkheden bij grensoverschrijdende vermissingen van kinderen.
eWELL

EWELL

Binnen de EU worden jaarlijks ongeveer 1800 kinderen door een van hun ouders achtergehouden in of meegenomen naar een ander land. Het Centrum IKO participeert in een Europees onderzoek naar de gevolgen voor de kinderen.

Samenwerking & Partners


Ministerie van Veiligheid en Justitie – Centrale autoriteit • Ministerie van Buitenlandse Zaken • Rechtbank Den Haag - Bureau Liaisonrechter Internationale Kinderontvoering • Diverse Nationale Politie eenheden • Het Openbaar Ministerie • Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd geweld • Landelijk Bureau Vermiste Personen • Koninklijke Marechaussee • Raad voor Rechtsbijstand • Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars (vFAS) • Vereniging voor Internationale kinderontvoeringsadvocaten • Bureaus Jeugdzorg • Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht

Internationaal:
Childfocus Brussel, België • Mikk, Mediation Bureau Berlijn, Duitsland • Missing Children Europe,(MCE) en al haar 26 partnerorganisatie • Itaka, Polen • Lasteabi, Estland • Fundacion Anar, Spanje • ISS International • LEPCA, Lawyers in Europe on Parental Child Abduction • European Network of International family Mediators
Uw waardevolle gift is aftrekbaar. Wij waarderen uw gift zeer en danken u hartelijk voor uw hulp om ons werk voort te zetten.
English Espagnol Francais