Op 3 mei 2012 heeft het Centrum Internationale Kinderontvoering het jaarverslag van 2011 en bijbehorend persbericht uitgebracht. Bekijk hier het jaarverslag 2011 en het persbericht.
Het Centrum IKO heeft een nieuw logo! Alle overige gegevens blijven hetzelfde.
Lees hier de brief van Els Prins, directeur van het Centrum IKO, waarin zij uitleg geeft over het nieuwe logo en de ontwikkeling die het Centrum IKO de afgelopen vijf jaar heeft doorgemaakt.
Op dinsdag 8 november 2011 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel 32 358 betreffende internationale kinderontvoering aanvaard.
Het wetsvoorstel is in het Staatsblad geplaatst. De nieuwe wet treedt per 1 januari 2012 in werking.
De nieuwe Uitvoeringswet kent een aantal wijzigingen. Hier treft u een nadere toelichting aan over de vier wijzigingen en het overgangsrecht.
Samenwerkingsprotocol gedwongen tenuitvoerlegging teruggeleidingsbeschikkingen in internationale kinderontvoeringszaken
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een protocol opgesteld die ziet op de samenwerkingen tussen de betrokken organisatie wanneer een teruggeleidingsbeschikkingen ten uitvoer moet worden gelegd. Dit protocol is tot stand gekomen in samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie, Jeugdzorg Nederland, het Korps Landelijke Politiediensten, de Nederlandse Orde van Advocaten en het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
In het protocol wordt onder andere uitleg gegeven over het juridisch kader, algemene afspraken en de procedure van samenwerken.
Wij zijn op zoek naar vrijwilligers in de provincies Groningen, Friesland, Drente, Noord-Brabant en Zeeland. Een vrijwilliger kan worden ingezet in bepaalde zaken en biedt de hulpvrager ondersteuning bij het invullen van formulieren of gesprekken met derden.
Meer informatie over de vacature van vrijwilliger.
De komende tijd gaan weer veel ouders met hun kind op vakantie. Het Centrum Internationale Kinderontvoering raadt ouders aan om zich goed te informeren voordat zij op vakantie te gaan. Problemen bij de grensbewaking, zowel in binnen- als buitenland, zijn wellicht op die manier te voorkomen.
Wanneer een kind alleen met een van de ouders reist of wanneer het kind een andere achternaam heeft dan de ouder waar hij reist, raden wij ouders ten zeerste aan om de volgende documenten mee te nemen:
- Verklaring toestemming voor vakantie van de andere ouder (voorbeeldformulier NL/ ENG)
- Recent uittreksel gezagsregister
- Recent uittreksel GBA
- Kopie van paspoort van toestemminggevende ouder
- Eventueel uitspraak met betrekking tot gezag en omgang
- Eventueel het ouderschapsplan
- Eventueel geboorteakte
Het formulier biedt geen garantie dat de ouder geen problemen ondervindt bij de buitenlandse grensbewaking. Op grond van het nationale recht van het vakantieland kunnen aanvullende eisen gelden. Het is raadzaam voor vertrek dat de ouder zich goed te informeert bij het betreffende vakantieland.
Let op! Heeft u twijfels over de terugkeer van uw kind na de vakantie, neem dan contact op met het Centrum IKO voordat u de toestemming voor vakantie verleent.
Meer informatie over toestemming voor vakantie.
Het Centrum Internationale Kinderontvoering heeft het jaarverslag van 2010 en bijbehorend persbericht uitgebracht.
Op 3 mei 2011 zijn het jaarverslag 2010 en persbericht gepubliceerd. Bekijk hier het jaarverslag 2010 en het persbericht.
Op 1 mei 2011 treedt het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 ( hierna: HKBV 1996) in werking voor Nederland. Op 31 januari 2011 heeft Nederland dit verdrag geratificeerd. Het verdrag treedt in werking voor het Europees deel van het Koninkrijk der Nederlanden, de BES-eilanden en voor Curaçao. Zie de website van de Haagse Conferentie: www.hcch.net
Samen met de Verordening Brussel II bis is uitgangspunt van het HKBV 1996 dat in internationale zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid de autoriteiten van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft bevoegd zijn. In het HKBV 1996 komt de nadruk te liggen op de internationale samenwerking van de bij kinderbescherming betrokken autoriteiten.
Het nieuwe verdrag is een belangrijke aanvulling op het Haagse Kinderontvoeringsverdrag 1980 en het Haags Adoptieverdrag 1993. De verdragsregels gaan deel uitmaken van de codificatie van het Nederlandse Internationaal Privaatrecht.
Gabon is toegetreden tot het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980.
Gabon heeft het Verdrag geratificeerd. Nederland heeft de toetreding tot het Verdrag geaccepteerd. Het Verdrag tussen Gabon en Nederland is in werking getreden op 1 april 2011.
Naast Nederland hebben, vooralsnog, de volgende landen de toetreding van Gabon tot het Verdrag geaccepteerd:
- Uruguay
- Bahama’s
- Nieuw-Zeeland.
Let op! Het Verdrag treedt niet in werking met terugwerkende kracht. Internationale kinderontvoeringen die plaats hebben gevonden vóór 1 april 2011 vallen niet onder het HKOV.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 2 november 2010 een uitspraak gedaan in de Italië-zaak (EHRM, 2 november 2010, nr.7239/08). In deze zaak kwam moeder met dochter in 2004 vanuit Italië naar Nederland waarna een lange juridische strijd ontstond tussen de ouders. In eerste instantie oordeelde de Rechtbank Amsterdam en het Hof Amsterdam dat sprake was van de weigeringrond artikel 13b van het HKOV en dat dochter in Nederland mocht blijven. De Hoge Raad oordeelde echter dat niet voldaan was aan de restrictieve toepassing van het HKOV. De zaak werd terugverwezen naar het hof. Het Hof ’s Gravenhage oordeelde dat de dochter niet in een ondraaglijke toestand zou worden gebracht door terugkeer naar Italië. In maart 2007 werd de dochter naar Italië teruggeleid.
Moeder richtte zich vervolgens tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zij voerde aan dat sprake was van schending van artikel 6 en artikel 8 van het EVRM. Het Hof oordeelde dat artikel 13b van het HKOV niet te strikt was geïnterpreteerd nu dochter niet in een ondraaglijke toestand terecht zou komen bij terugkeer naar Italië. Daarbij komt dat het Hof veel waarde hecht aan hetgeen dochter tijdens het kindverhoor heeft verklaard, namelijk dat zij een goede band met beide ouders heeft. Het Hof meent dat dochter een grote mate van rijpheid heeft.
Daarnaast was het Hof van mening dat, gelet op de omstandigheden van het geval en de vele procedures die ouders hebben gevoerd, geen sprake was van een onredelijke termijnoverschrijding van de procedures.